Ecologisch Adviesbureau Viridis bezit specialistische kennis van flora en fauna. Bureau Viridis is breed georiënteerd en verricht natuur- en landschapsecologisch onderzoek. Hiernaast voert Bureau Viridis veel Quickscans en Natuurtoetsen uit in kader van de Flora- en Faunawet. In het kader van de Natuurbeschermingswet voert het bureau voortoetsen, verstoring-verslechteringtoetsen en passende beoordelingen uit.
Quickscan
Wanneer ruimtelijke ingrepen plaatsvinden dient eerst gekeken te worden naar de aanwezige natuurwaarden in het gebied waar de ingreep plaats gaat vinden. Ruim voordat de ruimtelijk ingreep wordt uitgevoerd dient een zogenaamde 'quickscan' te worden uitgevoerd. Bij een quickscan wordt eerst gekeken welke natuurwaarden verwacht kunnen worden in het onderzoeksgebied. Dit wordt bekeken aan de hand van een bronnenonderzoek en een oriënterend veldbezoek. Na uitvoering van een quickscan is duidelijk of beschermde soorten flora- en/of fauna kunnen worden verwacht in het onderzoeksgebied. Indien beschermde soorten worden verwacht dient een Natuurtoets plaats te vinden. Worden ze niet verwacht hoeft u verder geen actie te ondernemen.
Mini-quickscan
Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden om een snellere vergunningverlening door de overheid op het terrein van bouwen, ruimte en milieu te bewerkstelligen. De Wabo zorgt dat de verschillende vergunningen en toestemmingen worden gebundeld in één omgevingsvergunning. Het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt geregeld via het indienen van één digitaal aanvraagformulier bij het gemeentelijk Omgevingsloket Online (OLO). De Flora- en faunawet valt ook onder de Wabo en naar verwachting zullen op deze wijze meer particulieren in aanraking komen met de verbodsbepalingen ervan. Uw gemeente kan van u vragen het onderdeel ‘Handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten en/of beschermde natuurgebieden' aan uw aanvraag toe te voegen. Dit betekent dat u de gevolgen van uw bouwplan ten aanzien van beschermde soorten moet laten onderzoeken door een ecologisch adviesbureau. Dat kan heel goed bij Bureau Viridis. Wij hebben speciaal voor particulieren met voorgenomen kleine verbouwingen de ‘mini quickscan' in het leven geroepen. Hierin wordt aangegeven wat de gevolgen zijn van uw bouwplan voor de beschermde soorten. Wij kunnen u bovendien adviseren welke maatregelen getroffen kunnen worden om negatieve effecten te voorkomen. Natuurlijk kunt u bij ons ook terecht voor het invullen van het onderdeel ‘natuur' van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Door middel van de mini-quickscan kunt u snel en goedkoop laten toetsen of er beschermde soorten aanwezig zijn en welke maatregelen eventueel getroffen moeten worden.
Natuurtoets
Een Natuurtoets geeft uitsluitsel of beschermde soorten onder de Flora- en Faunawet voorkomen in een gebied. Hiertoe worden vaak enkele veldonderzoeken uitgevoerd voor soortgroepen die verwacht worden in het te onderzoeken gebied. Wanneer er strikt beschermde soorten worden aangetroffen en de beoogde werkzaamheden brengen effecten met zich mee, zullen mitigerende en/of compenserende maatregelen worden voorgesteld. Deze maatregelen dienen de effecten van de ingreep te voorkomen, dan wel te verzachten. Wanneer de maatregelen de effecten van de ingreep niet kunnen voorkomen of niet genoeg kunnen verzachten, is een ontheffing nodig op basis van de Flora- en Faunawet. Een eventuele ontheffingsaanvraag kunnen wij ook voor u verzorgen.
Habitattoets
Wanneer ingrepen gepland staan in Natura 2000-gebieden dient toetsing volgens de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 plaats te vinden. De Habitattoets bestaat uit drie onderdelen:
- Oriëntatiefase (en vooroverleg)
- Verslechterings- en verstoringstoets
- Passende beoordeling
Deze toetsing begint altijd met een oriëntatiefase waarin gekeken wordt of het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied in gevaar kunnen komen. Kunnen ze in gevaar komen, maar zijn de negatieve effecten niet significant, dan is er een verslechteringstoets nodig. Zijn de effecten wel significant, dan is er een passende beoordeling nodig. Deze beoordeling moet uitwijzen of de kans op significante negatieve effecten reëel is.
Verplaatsen van (berschermde) planten en dieren
In sommige gevallen is het noodzakelijk om beschermde soorten onder de Flora- en Faunawet te verplaatsen uit een gebied waar veranderingen worden aangebracht naar een ander terrein. Het gaat hier bijvoorbeeld om vissen of reptielen. Door een gedegen kennis van de beschermde soorten en gespecialiseerde apparatuur (bijv. electrovisserij) kunnen de individuen van de betreffende soort effectief weggevangen worden en in geschikte biotopen vrijgelaten worden.
Flora- en faunainventarisatie
Door middel van gerichte inventarisaties wordt vastgesteld welke planten en dieren in een gebied voorkomen. Afhankelijk van de vraagstelling worden meer of minder parameters van de aangetroffen organismen geïnventariseerd. Afhankelijk van de soortgroep wordt een gespecialiseerde werkwijze ingezet om de verschillende soorten aan te tonen. Onder de link 'specialisaties' kunt u hier meer over lezen.
Flora en fauna monitoring
Met een vaste methode wordt de toestand van flora en fauna gedurende een reeks van jaren op vaste plaatsen of trajecten gevolgd. Hierdoor ontstaat een goed beeld hoe flora en fauna zich in de loop van de jaren ontwikkelen. Hierdoor kan bij het beheer direct op veranderingen worden gereageerd.
Visonderzoek
- Een actueel beeld over het voorkomen en de verspreiding van vissoorten vormt een goede basis bij vaststelling van beleid en uitvoering van gerichte beheersmaatregelen. Bureau Viridis bezit de nodige inventarisatievangtuigen en vergunningen voor een goed inventarisatie van allerlei typen water.
- Bij een visstandsbemonstering wordt niet alleen onderzocht welke soorten er voorkomen, maar wordt voor elke soort ook van alle aangetroffen vissen of van een groot aandeel daarvan de lengte gemeten. Hierdoor wordt duidelijk of het betreffende water een gezonde visstand biedt en waar mogelijke knelputen zijn.
Soortbeschermingplannen
Een aantal bedreigde soorten kan alleen duurzaam voortbestaan door het nemen van speciale maatregelen. Verspreiding van de soort en knelpunten bepalen die maatregelen. Gedegen onderzoek is hiervoor de basis.
Determinatie insecten en spinnen
Insecten vormen het meerendeel van onze biodiversiteit en vinden steeds vaker een plaats in het tegenwoordige natuurbeheer. Sommige groepen zijn erg soortenrijk en talrijk in allerlei leefgebieden, zodat aan de hand van soortenlijsten zeer veel afgeleid kan worden over het functioneren, de kwaliteit, het beheer en de waarde van een gebied. Naast de libellen en vlinders, heeft Bureau Viridis ook veel ervaring bij het op naam brengen van 'moeilijkere' diergroepen zoals spinnen, hooiwagens, sprinkhanen, loopkevers en mieren. Ook kan het inventariseren of bemonsteren in het veld uitgevoerd worden.
Beheerplannen en -adviezen
Het beheer bepaalt in grote lijn welke planten- en diersoorten in een terrein voorkomen. Inventarisatiegegevens van flora en fauna zijn van belang bij het opstellen van beheeradviezen voor de terreinen.
Effectvoorspelling
- In Milieu EffectRapportages (MER) wordt een inschatting gegeven van de effecten van verschillende alternatieven.
- Voor het verkrijgen van een ontheffing art. 75 van de Flora- en Faunawet is een volledig beeld van de aanwezige beschermde planten en dieren noodzakelijk.
Evaluatie van maatregelen
Onderzoek naar effecten van maatregelen is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of de maatregelen goed zijn uitgevoerd of bijgestuurd dienen te worden. Ecologische begeleiding is een manier om tijdens en na de uitvoering van werkzaamheden ervoor te zorgen dat maatregelen goed worden uitgevoerd.
Opstellen gedragscodes
De Flora- en fauanawet biedt de mogelijkheid om werkzaamheden uit te voeren volgens gedragscodes waarmee beschermde dieren adequaat ontzien worden. Bureau Viridis kan beschermde soorten in kaart brengen en de bedreiging van werkzaamheden bepalen. Deze informatie kan vervolgens op een praktische manier verwerkt worden in een gedragscode voor de aannemer.