Langs de Maas zijn op vele locaties natuurvriendelijke oevers ingericht. De inrichting bestaat merendeels uit het verwijderen van de stortstenen oeverbescherming.

In 2020 wil Rijkswaterstaat Limburg 70% van de oevers van de Maas natuur(vriende)lijk hebben ingericht. Op diverse plaatsen langs de Maas vinden werkzaamheden plaats om dit doel te behalen. De werkzaamheden bestaan bijvoorbeeld uit het verwijderen van de stortstenen oeverbescherming of het aanleggen van nieuwe nevengeulen. Na de ingrepen door de mens krijgt de natuur vaak zelf de ruimte om zich te ontwikkelen. Naast de werkzaamheden die momenteel worden uitgevoerd, wordt op een groot aantal plekken langs de Maas de natuur middels monitoring al sinds 2008 in de gaten gehouden. De ontwikkelingen kunnen zodoende worden gevolgd. De monitoring wordt in nauwe samenwerking met advies- en ingenieursbureau Tauw uitgevoerd. Bij de monitoring zijn  opnieuw landelijk gezien bijzondere soorten waargenomen die soms specifiek kenmerkend zijn voor het rivierengebied. Het betreft bijvoorbeeld rivierfonteinkruid, Engelse alant en heksenmelk, maar ook bever, bramensprinkhaan, gouden sprinkhaan en kanaaljuffer werden op verschillende plekken langs de Maas waargenomen.