Foto boven: huismus vrouw met jongen

Het is heerlijk buiten: het zonnetje schijnt, het waait niet hard en de temperatuur is ’s ochtends al aangenaam. Een ideale dag voor huismusonderzoek! In de anderhalvemetersamenleving zijn velen van ons ineens ‘huismussen’ geworden. Hoog tijd om ons te verdiepen in één van de meest bekende vogels van Nederland. Je ziet en hoort ze misschien wel elke dag, maar heb je je ooit afgevraagd wat een huismus eigenlijk doet, waarom de soort wordt beschermd en wat je zelf kunt doen voor huismussen?

Cultuurdiertje
Veel mensen genieten van het gezellige getjilp van ‘hun musjes’ in de tuin. Toch werden huismussen in de vorige eeuw ook als bijzaak gezien of zelfs als plaag. De waardering voor huismussen is gelukkig veranderd: veel mensen zien ze tegenwoordig graag en ze zijn beschermd door de Wet natuurbescherming (voorheen Flora- en Faunawet). Ecologisch gezien kan je huismussen omschrijven als echte ‘cultuurvolgers’, wat inhoudt dat de soort goed gedijt in de omgeving van mensen. Ze vinden beschutting, nestplaatsen en voedsel in onze huizen en tuinen. Het zijn sociale dieren in los kolonieverband broeden. Toch gaat het niet overal even goed met de huismus.

Afname
Op landelijke schaal is de populatie sinds 1975 gehalveerd! Lokaal zijn er grote verschillen. In sommige wijken zijn vele huismussen aanwezig terwijl het in andere wijken muisstil is. Dit kan verschillen per straat of zelfs per huizenblok.

De afname is deels te wijten aan de manier waarop men tegenwoordig huizen bouwt en renoveert. Veel moderne huizen zitten potdicht, er is geen kier te bekennen en er is geen ruimte meer onder de dakpannen. Daarom zijn er veel minder nestlocaties te vinden. Ook is de ‘verstening’ van tuinen en wijken slecht voor huismussen omdat ze hierdoor geen voedsel en dekking meer kunnen vinden. Bovendien zijn populaties meer versnipperd en kleiner dan vroeger. Toch is het goed mogelijk mussen aan een ‘huis’ te helpen, zoals je hieronder kan lezen.

Ecologie: eten, slapen, tjilpen en jongen grootbrengen
Huismussen gedijen het beste in ruime groene (buiten)wijken of het platteland, en veel minder in dichtbebouwde of bosrijke omgeving. De huismus eet voornamelijk zaden en vult het dieet aan met insecten. Voor de jongen is zacht eiwitrijk voedsel zoals bladluizen essentieel. Ze broeden in kleine tot grote groepen, elk paartje in een eigen nestlocatie. Een paar kan elk seizoen van april t/m augustus 2-3 nestjes grootbrengen. Ze communiceren o.a. met de bekende tjilpende roep.

Huismussen zijn zeer honkvast. Ze gebruiken het nest en de directe omgeving het hele jaar rond en elk jaar opnieuw. De nestlocatie is heel verschillend. De nestplaats onder een dakpan is natuurlijk bekend, maar eigenlijk voldoet elke holte of spleet bij bebouwing die groot genoeg is voor een nest en niet toegankelijk is voor roofdieren zoals katten. Ze broeden ook in nestkasten, achter regenpijpen en soms in dichte begroeiing tegen een gebouw aan. Het is heel belangrijk dat er voldoende dekking aanwezig is. In de winter overnachten ze ook wel in dichte struiken.

Weetjes:

  • Mannetjes zijn te herkennen aan de roodbruine kop met een grijs ‘petje’ en grijze wangen. Het vrouwtje is minder opvallend met een voornamelijk beigebruin verenkleed.
  • Uit onderzoek blijkt dat vrouwtjes die gepaard zijn met mannetjes met een grote zwarte keelvlek sneller broeden en een groter legsel hebben dan vrouwtjes die gekoppeld zijn met een huismusmannetje met een kleinere keelvlek.
  • Een mannetje begint al in januari met het bouwen van een nest.
  • De jongen zijn soms goed te horen in het broedseizoen, ook vanuit het nest.


Foto: huismus man

Onderzoeken en beschermen
Viridis onderzoekt elk jaar huismussen, zodat onze opdrachtgevers bij hun projecten rekening kunnen houden met alle bovengenoemde elementen. Huismussenonderzoek richt zich voornamelijk op het in kaart brengen van de nestlocaties en andere essentiële elementen in de omgeving. Huismussen zijn goed te onderzoeken op zicht en geluid. Met name de mannetjes tjilpen regelmatig bij hun nestplaats, en met wat geduld kan je vervolgens een volwassen dier daar een holte in zien verdwijnen. Die combinatie is een zekere indicatie van een nestplaats.

De huismus is al jaren beschermd onder de Wet natuurbescherming. Omdat huismussen hun nestplaats het hele jaar gebruiken is de nestplaats ook jaarrond beschermd. En omdat huismussen zulke specifieke eisen stellen kan ook bijvoorbeeld bepaalde vegetatie beschermd worden die essentieel is voor voedsel of dekking.

We adviseren hoe de nestlocaties van aanwezige huismussen kunnen worden beschermd en hoe er meer kansen worden gecreëerd. Als het niet mogelijk is om een nestplaats te behouden wordt er altijd voor gezorgd dat de huismussen meerdere nieuwe nestplaatsen krijgen aangeboden. 

Wat je zelf kunt doen voor huismussen
Je kan huismussen helpen door nestplaatsen, voedsel en dekking aan te bieden. Nestplaatsen creëren kan door natuurinclusief te bouwen of renoveren (bijv. vogelschroot weghalen) of duurzame nestkasten aan te bieden. Groene tuinen en openbare groenvoorzieningen met afwisselende en insectenrijke vegetatie zijn belangrijk voor huismussen, strak onderhouden gazons of versteende perken juist niet. Een rommelig tuintje met wat onkruid is hartstikke goed voor de natuur!

De omgeving geschikt maken voor huismussen is niet moeilijk, maar wel specifiek. Vooral in het broedseizoen hebben huismussen binnen een straal van zo’n 200-300 meter behoefte aan het volgende:

  • Nestlocatie in of aan bebouwing*
  • Dekking dicht bij nestlocatie, bijvoorbeeld dichte groenblijvende struiken
  • Voedsel (lage en middelhoge begroeiing)
  • Water
  • Zand voor een zandbad

*Tips voor nestlocaties:

  • Heeft u vogelschroot onder uw dakpannen? Verplaats het schroot een aantal rijen naar achter, dan krijgt de huismus de ruimte en voorkomt u dat vogels te ver onder het dak komen. Hetzelfde effect kan ook worden bereikt met een zogenaamde vogelvide.
  • Plaats nestlocaties bij voorkeur naar het oosten of noorden zodat de plek niet te warm wordt in de volle zon.
  • Zorg voor duurzame nestlocaties, bijvoorbeeld in een gebouw of bevestig een nestkast van duurzaam materiaal.

 

Bronnen:

  • Steen, W.A. & Hoksberg, M. (2020). Soortmanagementplan Gemeente Zeist. Mitigatieplan huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen voor renovatie, onderhoud en herontwikkeling bebouwing gemeente Zeist. Rapport 19-086. Ecogroen bv Zwolle & Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg.
  • Bij12 Kennisdocument Huismus
  • Sovon
  • Vogelbescherming