Kennisbank

Onderzoeksmethoden

Materiaal

Het benodigde materiaal verschilt sterk per te onderzoeken gebied en/of soort. We beschikken over allerlei specialistische apparatuur die we kunnen inzetten, zoals warmtebeeldcamera's, boomcamera's, cameravallen, marterboxen, batdetectors, batloggers en apparatuur voor elektrovisserij.

Protocollen

Voor een aantal soorten zijn strikte onderzoeksprotocollen opgesteld, zoals de soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de kennisdocumenten van BIJ12. Bij het aanvragen van een ontheffing oordeelt het bevoegd gezag aan de hand van deze protocollen of er voldoende onderzoek is uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde natuurwaarden. Onze ecologen hebben veel ervaring met het werken volgens deze protocollen en blijven op de hoogte van eventuele veranderingen. 

Onderzoeksperiodes

Voor veel soorten zijn de geschikte onderzoeksperiodes afhankelijk van het seizoen. Als het geschikte seizoen voorbij is kan het onderzoek wellicht pas het daaropvolgende jaar uitgevoerd worden. Daarom is het goed om ons zo vroeg mogelijk bij een project te betrekken, zodat u weet of u rekening moet houden met eventueel noodzakelijk ecologisch onderzoek. 

Maatwerk 

Voor sommige soorten zijn geen vaste protocollen of handreikingen beschikbaar. Onze ervaren ecologen stellen dan op basis van hun expertise en literatuur een passende methode op. Maatwerk kan ook toegepast worden om een specifiek gebied te onderzoeken. We denken graag met u mee voor methoden die aansluiten op uw wensen!

Lees hier meer over onze werkwijze als bureau.

(Grootschalige) inventarisatie en monitoring

Bij (grootschalige) inventarisatie en monitoring van het landelijk (of stedelijk) gebied worden de verschillende natuurwaarden in een gebied in kaart gebracht. Hiervoor gebruiken we verschillende methoden die zijn afgestemd op de locatie en de te onderzoeken soorten.

Lees meer!

Inventariserend onderzoek vindt plaats wanneer de natuurwaarden in een gebied in kaart worden gebracht voor een opdrachtgever zonder specifieke (ontwikkelings)plannen. Aangezien er geen herontwikkeling gepland staat hoeven de onderzoeksmethoden niet te voldoen aan de strenge eisen voor een ontheffingsaanvraag binnen de Wet natuurbescherming.

Inventariserend onderzoek kan ook als nulmeting worden gedaan, vóór wijzigingsplannen of beheerplannen worden doorgevoerd zodat de ontwikkelingen in het gebied gemeten en gevolgd kunnen worden.

Voor grootschalige inventarisaties wordt een gebied over het algemeen meerdere malen (intensief) bezocht. Bij het onderzoeken van meerdere soortgroepen is het nodig om in verschillende seizoenen terug te keren om de beste onderzoeksperioden van deze verschillende soorten mee te pakken. Voor grote gebieden worden vaak meerdere ecologen met een bepaalde expertise ingezet.

Bij grootschalige inventarisatie en monitoring van het landelijk gebied brengen we verschillende soorten in kaart. Dit zijn bijvoorbeeld beschermde soorten, soorten van de Rode Lijst of soorten die indicatief zijn voor bepaalde waterkwaliteit of beheer. Onze inventarisaties betreffen een breed scala aan soortgroepen waaronder planten, vissen, amfibieën, reptielen, zoogdieren (waaronder muizen, marters, dassen, en vleermuizen) en ongewervelden (waaronder libellen, dagvlinders, nachtvlinders, sprinkhanen en kevers).

Voor de grootschalige monitoring van het landelijk gebied, zoals wij bijvoorbeeld uitvoeren voor de Provincie Utrecht, wordt vlakdekkende inventarisatie toegepast. Dit houdt in dat een ecoloog elke 50 meter in een gebied de waargenomen soorten invoert.

Hierbij wordt gewerkt met een karteersoortenlijst waarin een groot aantal soorten zijn opgenomen. Dit zijn o.a. beschermde dier- en plantensoorten, soorten van de Rode Lijst en indicatieve soorten. De soorten zijn geselecteerd op hun indicatieve waarde, zeldzaamheid of beschermingsstatus. Deze methode van inventariseren levert veel waardevolle informatie op over een groot onderzoeksgebied.

Voor monitoring is het relevant om in kaart te brengen hoe de natuurwaarden op bepaalde locaties veranderen door de tijd. Voor Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) voeren we al jaren monitoring uit van de watergangen aan de hand van vaste monsterpunten. Middels een computermodel kan de aanwezigheid van beschermde soorten voorspeld worden in het kader van bestendig beheer en onderhoud. Doordat over een langere periode vaste monsterpunten geïnventariseerd worden ontstaat ook inzicht in eventuele trends. Zeker met snel oprukkende invasieve exoten als bijvoorbeeld Amerikaanse rivierkreeften en Oost-Europese grondels, zijn deze ontwikkelingen goed te volgen.

Bij een soortmanagementplan (SMP) wordt een onderzoeksmethodiek op maat ontwikkeld, die leidt tot een vlakdekkend beeld van voornaamste concentraties, netwerken en functies van de doelsoorten in het gebied.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt een set generieke maatregelen en maatwerk-oplossingen uitgewerkt die worden toegepast bij ingrepen aan bijvoorbeeld gebouwen.

Op basis van het onderzoek en de voorgestelde maatregelen wordt vervolgens een generieke ontheffing voor de Wet Natuurbescherming aangevraagd voor een langere periode (5 á 10 jaar). Gezien de lange doorlooptijd van project specifieke vooronderzoeken en het aanvragen van losse ontheffingen kunnen ontwikkelaars en aannemers een groot tijdsvoordeel behalen aan een dergelijke generieke ontheffing via een SMP.

Tegenwoordig wordt een SMP vaak in stedelijk gebied toegepast omdat het een uitkomst biedt voor meerdere partijen (zie ook: Inrichting en beheer). Het eindproduct is een plan dat leidt tot versterking van biodiversiteit terwijl ruimtelijke ontwikkelingen zoals renovaties doorgang vinden m.b.v. een generieke ontheffing. In het stedelijk gebied zijn de doelsoorten vaak gebouwbewonende soorten: huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen.

Zie ook: Soortmanagementplan Zeist

Soortgericht onderzoek

Nader onderzoek naar beschermde soorten (ook wel soortgericht onderzoek genoemd) wordt uitgevoerd om te bepalen welke functie een plangebied heeft voor een (beschermde) soort of om met 'zekerheid' te bepalen of een soort wel of niet aanwezig is in een plangebied. Dit wordt gedaan als aanvulling op een Quickscan (in voorbereiding op een eventuele ontheffingsaanvraag), maar ook voorafgaand aan inrichting- en beheeradvies en bij inventarisatie en monitoring.

Lees meer!

Flora-inventarisatie vindt plaats door zeer ervaren floristen met een grote soortenkennis. Dit vindt onder andere plaats door middel van vlakdekkende inventarisatie, waarbij de planten in het veld worden gedetermineerd. Wij inventariseren alle vegetatietypes, zowel terrestrisch als aquatisch. Planten zijn vaak zeer goede indicatoren voor de kwaliteit van een gebied. Onze ecologen beoordelen ook hooilanden, inventariseren wegbermen en inventariseren jaarlijks zo’n 10.000 hectare landelijk gebied voor de Provincie Utrecht. 

Onderzoek naar muizen richt zich met name op het voorkomen van de beschermde en zeldzame noordse woelmuis en waterspitsmuis. Voor muizeninventarisaties worden inloopvallen gebruikt (life traps). Met deze vallen worden de dieren levend gevangen, de vallen worden volgens een vooraf gestelde regelmaat gecontroleerd. Na vangst worden de dieren weer vrijgelaten. Onderzoek met inloopvallen wordt volgens de IBN-methode uitgevoerd (Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek).

Muizen kunnen ook worden onderzocht aan de hand van camera’s, sporen of met eDNA, bijvoorbeeld in sporenbuizen, of met behulp van een cameraval met lokstof (zie uitleg bij kleine marters).

Voor onderzoek naar de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel kunnen verschillende methodes toegepast worden. Voor alle drie de soorten kan een marterbox gebruikt worden. Dit is een kist of buis met aan één zijde een opening waarop een camera gericht staat. Deze camera is ingesteld op korte afstand en kan door deze opstelling in dichte ondergroei geplaatst worden. Een blikje sardientjes wordt gemonteerd met kleine gaten erin. De nogal geurende inhoud van het blikje zorgt ervoor dat de nieuwsgierige marters naar de marterbox toe komen. Hierdoor kunnen zij dan op de foto gezet worden. Naast de moeilijk waarneembare martersoorten worden ook veel soorten muizen vastgelegd.

Een andere methode is een sporenbuis. Deze werkt volgens het principe dat kleine marterachtigen (wezel en hermelijn) zich graag door kleine ruimtes bewegen. Wanneer een marter door de buis loopt gaat hij eerst via een inktkussen en daarna over een papieren vel waar de pootafdrukken op komen te staan. Ook muizen lopen vaak door een sporenbuis. Afhankelijk van de talrijkheid van muizen blijven de afdrukken kortere of langere tijd zichtbaar. In sommige gevallen moeten de sporenvellen wekelijks vervangen worden om bruikbare afdrukken te behouden. Welke (combinatie van) methodes precies gebruikt wordt is deels afhankelijk van de te onderzoeken soorten.

Lees hier meer

Voor grotere zoogdieren, waaronder das en steenmarter, gebruiken we cameravallen. Deze worden geplaatst op de meest kansrijke locaties binnen een gebied, die door een ervaren ecoloog worden bepaald. De camera's maken automatisch foto- en filmopnames als een dier wordt geregistreerd. Soms wordt een lokstof gebruikt om de trefkans te vergroten.

Daarnaast wordt het gebied altijd onderzocht op sporen zoals pootafdrukken, haren, latrines, foerageersporen en geur (in het geval steenmarters).

Vleermuizen worden onderzocht volgens het Vleermuisprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). We doen zowel onderzoek naar vleermuizen in stedelijke omgeving als in landelijk gebied. Voor dit onderzoek hebben we batdetectors, batloggers en warmtebeeldcamera’s beschikbaar. 

Bij onderzoek naar vissen gebruiken we diverse vangtuigen waaronder elektrovisserij-apparatuur vanuit een boot met behulp van een generator, een draagbaar elektrovis-apparaat, steeknetten, zegens en fuiken. Welke vangtuigen worden ingezet hangt sterk af van de te onderzoeken soort en de te bevissen wateren.

Elektrovissen
Het gebruik van een elektrovis-apparaat blijkt voor bijvoorbeeld de grote modderkruiper een veel betere methode dan het gebruik van steeknetten. Voor onderzoek in grote wateren wordt gebruik gemaakt van elektrovisserij vanuit een boot met buitenboordmotor, eventueel in combinatie met zegens en fuiken. In kleinere wateren wordt gebruikt gemaakt van elektrovisserij-apparatuur in een kleine boot en steeknetten. Uiteraard bezit Bureau Viridis alle nodige vergunningen voor het elektrisch vissen. Bij grotere projecten werken we samen met een gecertificeerde beroepsvisser.

Amfibieën kunnen op verschillende manieren worden onderzocht. De beste methode hangt af van de soort en het seizoen. Voor amfibieën gebruiken we o.a. steeknetten, fuiken, zichtwaarnemingen en het luisteren van kooractiviteit. Bureau Viridis maakt gebruik van hoge kwaliteit amfibieënfuiken, die zeer geschikt zijn voor het onderzoeken van kamsalamander.

Reptielen worden onderzocht d.m.v. zichtwaarnemingen, waarbij vaak ook gebruik gemaakt wordt van reptielenplaatjes. Net als voor andere soorten wordt de onderzoeksperiode aangepast op het geschikte seizoen. Wij doen onderzoek naar alle in Nederland voorkomende soorten, waaronder hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang.

Daarnaast voeren we ook afvangacties uit onder ontheffing van bijvoorbeeld zandhagedissen. Hierbij maken we gebruik van vanghengels, plaatjes en valemmers (pitfalls). Alle soorten kunnen ook individueel gemonitord worden omdat ze te identificeren zijn a.d.h.v. het (vlekken)patroon. Dit individueel monitoren is bijvoorbeeld goed mogelijk bij de zandhagedis.

Wij doen onderzoek naar jaarrond beschermde nesten zoals gierzwaluwen, huismussen en buizerd. Dit wordt uitgevoerd volgens de protocollen van BIJ12. Daarnaast voeren we uiteenlopende onderzoeken uit naar andere vogels, bijvoorbeeld broedvogelmonitoring (BMP) in landelijk gebied en tellingen voor de monitoring van akkervogels.

Ecologen van Viridis hebben veel ervaring met het inventariseren van ongewervelden, waaronder dagvlinders, libellen, sprinkhanen en kevers. Determinatie vindt plaats op basis van zicht, geluid en soms determinatie in de hand. Viridis heeft ook ervaring met onderzoek naar nachtvlinders (met vangemmers), weekdieren, mieren en andere ongewervelden. Soms worden soorten met behulp van een binoculair op naam gebracht.

Staat de soort die u wilt onderzoeken hier niet tussen? Grote kans dat een van onze ecologen hier wel ervaring mee heeft en het onderzoek kan uitvoeren. In sommige gevallen schakelen we de hulp in van een externe deskundige. Neem voor meer informatie contact met ons op.


20+
jaar ervaring

10.000+ 
ha jaarlijkse 
inventarisatie Utrecht

1000+
onderzoeks- en adviesprojecten

Copyright © 2020. Bureau Viridis     Realised bij Webmark Solutions